NPO Soul & Jazz

De 5 meest jazzy hiphopproducers

  1. Nieuwschevron right
  2. De 5 meest jazzy hiphopproducers

Cratedigging level: MASTER!

Het begon bij hiphop. Althans, voor de generaties vanaf pak 'm beet 1972 is de kans groot dat verkenning van het muzieklandschap buiten de obligate hitparades is begonnen met hiphop. En vanaf daar hoef je je niet eens zo heel erg de diepte in, voordat je erachter komt dat al die hiphopjuwelen gebaseerd zijn op tracks uit de soul, funk en jazz van vroegere tijden. Zo leerde je al snel dat 'Funky Drummer' een evergreen was onder hiphopproducers, waardoor je als vanzelf de soul en funk van James Brown en aanverwanten ging ontdekken.

Toch werd door een evenredig aantal producers ook geput uit de jazzcollectie van hun ouders. En dat deden ze niet misselijk. We verzamelden de 5 meest invloedrijke beatbakkers op dat gebied.

#1. DJ Premier

We hebben het wel altijd over Guru en zijn Jazzmatazz, maar dat was niet meer dan een uitstapje van de rapper, die 'in het dagelijks leven' samen met DJ Premier als Gang Starr zijn albums maakte. DJ Premier (echte naam: Christopher Edward Martin) ken je wellicht als host van het hiphopclassics-radiostation in Liberty City in Grand Theft Auto IV. Tussen 1989 en 2003 maakte het duo 6 klassieke studioalbums: No More Mr. Nice Guy (1989), Step in the Arena (1991), Daily Operation (1992), Hard to Earn (1994), Moment of Truth (1998) en The Ownerz (2003). De rode draad door deze albums bestond uit drie elementen: de monotone flow van Guru afgewisseld met onnavolgbare scratchskills van Premier over jazzy beats and cuts.

Dat begon al op hun eerste album, waar Premier op 'Manifest' gruwelijk aan de haal ging met 'A Night in Tunisia' van Dizzy Gillespie:

Op Step in the Arena ging 'Primo' vrolijk verder, door bijvoorbeeld 'Crosswind' van Billy Cobham onder handen te nemen:

Ook op Daily Operation werd het beproefde recept herhaald en mocht hij een loop gebruiken van de jazzfunkknaller 'Misdemeanor' van Ahmad Jamal:

#2. Pete Rock

The Chocolate Boy Wonder noemt hij zichzelf en er zullen maar weinig mensen in de hiphopgemeenschap zijn die hier iets tegenin zullen brengen. Voornamelijk omdat ze een opperwezen op de blote knieën mogen danken als Pete Rock (echte naam: Peter Phillips) het behaagt om een beat voor ze te bakken. The Soul Brother #1 kwam bovendrijven samen met zijn schoolmaatje CL Smooth, met wie hij het legendarische album Mecca And The Soul Brother uitbracht in 1992. Het bracht hen meteen wereldfaam en rappers als Biggie Smalls, Run DMC, Public Enemy en Jeru the Damaja stonden in de rij om met Pete Rock de studio in te duiken. Luister hier naar de titeltrack van hun eerste album en hoe Pete Rock 'We've Only Just Begun' van O'Donel Levy erin verwerkte.

Na twee albums gingen Pete Rock en CL Smooth uit elkaar, waarna Pete Rock in 1998 zijn langverwachte solo-album uitbracht, Soul Survivor, waarop hij tal van gastrappers uitnodigde (veel Wu Tang Clan-leden, Kool G Rap, Large Professor van Main Source, Black Thought van The Roots en Heavy D.) en waar hij zelf ook een aantal rhymes mocht spitten. Het neuzen door jazzplaten ging in elk geval onverminderd verder, zo leende hij voor een track met Method Man de hook en riff van 'Night and Day' van Joe Pass.

Pete Rock bakte zoveel beats dat hij ook twee instrumentale albums uitbracht, PeteStrumentals en The Surviving Elements. Hiphop zonder rap, voor veel mensen de ideale vorm van hiphop. Het resultaat was twee soulvolle en jazzy albums die tijdens elke borrel niet zouden misstaan. Luister bijvoorbeeld naar 'Pimp Strut', waar overduidelijk een sample is gebruikt van 'Butterfly' van Herbie Hancock.

3. Ali Shaheed Muhammad

Wie vindt dat 'Can I Kick It?' de beste track is van A Tribe Called Quest, heeft waarschijnlijk weinig kaas gegeten van de verdere carrière van rappers Q-Tip, Phife Dawg, Jarobi White en hun dj Ali Shaheed Muhammad. Het is naast 'Bonita Applebum' waarschijnlijk wel hun bekendste nummer, die beide verschenen op hun debuutalbum People's Instinctive Travels and the Paths of Rhythm.

Maar eigenlijk begon het toen pas voor de Tribe, die nog vier albums uitbracht: The Low End Theory (1991), Midnight Marauders (1993), Beats, Rhymes And Life (1996) en The Love Movement (1998) waarbij Jarobi in 1991 de groep verliet. Tussen 1990 en 1996 deelde de Tribe samen met Jungle Brothers en De La Soul als The Native Tongues de lakens uit in hiphopland. En uiteraard ging dat gepaard met veel jazzsamples, zoals bijvoorbeeld 'Mystic Brew' van Ronnie Foster:

Of wat dacht je van die dikke basslijn uit 'Oblighetto' van Brother Jack McDuff in één van hun beste tracks, samen met Leaders of The New School, de groep waar Busta Rhymes begon.

En niet te vergeten de track 'Butter', waarin zowel 'Young and Fine' van Weather Report als 'Gentle Smiles' van Gary Bartz zijn verwerkt:

4. J. Dilla

Door velen gezien als de beste beatbakker van allemaal, daarom ook een veel gevraagde producer om mee samen te werken: J. Dilla (of Jay Dee) uit Detroit, echte naam: James Dewitt Yancey, overleden in 2006. Samen met Q-Tip en Ali Shaheed Muhammad zat Dilla in het producerscollectief The Ummah en met onder andere Questlove van The Roots en D'Angelo was hij een aanjager in Soulquarians. Daarnaast produceerde hij met Slum Village en maakte een plaat voor the Pharcyde. Dilla was de ultieme cratedigger, die urenlang in platenzaken kon verdwalen om obscure maar groovy platen op te snorren. Luister alleen maar naar deze plaat samen met Q-Tip, waarin Dilla 'I Don't Want to Leave You, I Just Came to Say Good-Bye' van Shawn Phillips omvormde.

En op de eerste plaat van zijn bandje Slum Village in 1996 maakte Dilla een geweldige saluut naar 'The Look of Love' van Barney Kessel.

Rond 2000, in het tijdperk van de Soulquarians, produceerde Dilla het album van Common 'Like Water For Chocolate', waar hij 'Vulcan Mind Probe' van George Duke bijna onherkenbaar verwerkte in een track.

5. Madlib

"The most jazzy cat of em all!" Midden jaren negentig begon Otis Jackson Jr., zoon van twee muzikanten, met produceren, voornamelijk voor rapgroepen als The Alkoholics en Lootpack, voordat hij werd opgepikt door The Peanut Butter Wolf, de oprichter van het label Stones Throw Records, waar sinds 1996 zeer spannende dingen gebeuren op hiphopgebied. Bij Stones Throw kreeg de getalenteerde Madlib vrij spel en kwam in 2000 met het album The Unseen, van zijn alter-ego Quasimoto, dat overliep van jazzsamples. Zoals bijvoorbeeld zijn interpretatie van 'Mellow Mood' van Jimmy Smith and Wes Montgomery.

Madlib had iets met alter-ego's want na The Unseen, verbrede hij zijn spectrum met Yesterdays New Quintet, een vijftal jazz-, hiphop- en elektronicamuzikanten, allemaal ingevuld door Madlib zelf. Met dit fictieve kwintet kon Madlib helemaal los gaan met jazzsamples aan elkaar knippen, zoals op de track hieronder waarin hij 'Beyond the Sun' van McCoy Tyner en 'Humpty Dumpty' van Placebo (Jazz Band) verwerkte.

En als dit je nog steeds niet overtuigd van zijn jazzy skills, dompel je dan onder in zijn Shades of Blue, Madlib Invades Blue Note, waarop hij de toegang kreeg tot de archieven van het legendarische jazzlabel Blue Note, waarover hij een zalige hiphopsaus goot.